ECLI:NL:HR:2023:271

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 februari 2023
Publicatiedatum
21 februari 2023
Zaaknummer
21/00787
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 350.1 Sr
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep op noodweerexces bij beschadiging auto na verkeersruzie

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor het beschadigen van een auto na een verkeersruzie. De verdachte voerde in hoger beroep aan dat sprake was van noodweerexces, een strafuitsluitingsgrond die inhoudt dat iemand in een hevige gemoedstoestand buiten proportie reageert op een aanval.

De advocaat van de verdachte stelde een cassatiemiddel op, waarin werd betoogd dat het hof het beroep op noodweerexces onvoldoende had gemotiveerd en daardoor de rechten van de verdachte had geschaad. De advocaat-generaal adviseerde echter tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het hof zijn beslissing voldoende heeft gemotiveerd. De klachten van de verdachte konden niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering nader toe te lichten, omdat het oordeel niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Daarom werd het beroep verworpen en bleef het arrest van het hof Amsterdam in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers op 21 februari 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/00787
Datum21 februari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 februari 2021, nummer 23-002307-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Kuipers, advocaat te Amsterdam‑Duivendrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 februari 2023.