ECLI:NL:HR:2023:299
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake aansprakelijkstelling loonbelasting
In deze zaak heeft de Staatssecretaris van Financiën cassatieberoep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. Het geschil betreft de aansprakelijkstelling van belanghebbende voor nageheven loonbelasting over de periode maart 2014 tot en met augustus 2018, inclusief boetebeschikkingen en kosten van vervolging.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van de Staatssecretaris beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast is de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding, waarbij rekening is gehouden met samenhang van deze zaak met een andere zaak (nummer 21/01688). Het griffierecht is vastgesteld op € 541 en de proceskosten voor rechtsbijstand op € 837.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën is ongegrond verklaard.