ECLI:NL:HR:2023:320

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 maart 2023
Publicatiedatum
24 februari 2023
Zaaknummer
21/01581
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 420ter.1 SrArt. 420bis.1.a SrArt. 140.1 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen gewoontewitwassen en criminele organisatie

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van gewoontewitwassen van geldbedragen en deelneming aan een criminele organisatie. De feiten betroffen het infecteren van computers van rekeninghouders met malware om frauduleuze overboekingen te realiseren.

De verdachte stelde in cassatie verschillende klachten in, onder meer over het juridisch kader en de bewijsoverwegingen van het hof met betrekking tot witwassen, de causaliteit tussen het gebruik van de TorRAT-malware en de frauduleuze overboekingen, en de rechtstreekse schade van benadeelde partijen zoals banken.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat zij niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het cassatieberoep is derhalve verworpen, waarmee het arrest van het hof Den Haag van 30 maart 2021 in stand blijft. De zaak betreft een complexe strafrechtelijke beoordeling van medeplegen en witwassen met technische middelen.

Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen, waardoor de veroordeling voor medeplegen gewoontewitwassen en deelneming aan criminele organisatie in stand blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01581
Datum7 maart 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 30 maart 2021, nummer 22-003569-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben C.W. Noorduyn en N.J.B. Vegelien, beiden advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij Coöperatieve Rabobank U.A. heeft Th.O.M. Dieben, advocaat te Amsterdam, een verweerschrift ingediend.
Namens de benadeelde partij ING Bank Nederland N.V. heeft A.L. de Vogel, advocaat te Amsterdam, een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de benadeelde partijen hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 maart 2023.