Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
7 maart 2023.
Hoge Raad
Klaagster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 18 augustus 2022, betreffende een klaagschrift over beslag op sieraden door Spaanse autoriteiten. Het klaagschrift was ingediend na het verstrijken van de termijn van veertien dagen na kennisgeving, zoals bedoeld in artikel 5.4.10.1 Sv.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van klaagster beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Daarop heeft de Hoge Raad het beroep verworpen. De beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in aanwezigheid van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 7 maart 2023.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van de rechtbank Rotterdam.