ECLI:NL:HR:2023:326

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 maart 2023
Publicatiedatum
27 februari 2023
Zaaknummer
21/02973
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 416 lid 1 sub a SrArt. 266 lid 1 SrArt. 267 lid 1 sub 2 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in zaak opzetheling en belediging politieagent

De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor meermalen gepleegde opzetheling en het beledigen van een politieagent. De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat hij wist dat de goederen in zijn garagebox gestolen waren en dat de waarnemingen van de verbalisanten omtrent de belediging niet betrouwbaar waren.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van het hof nader te toetsen omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. De conclusie van de advocaat-generaal tot verwerping van het beroep werd gevolgd.

Hiermee blijft het arrest van het hof Amsterdam van 6 juli 2021 in stand en wordt het cassatieberoep van de verdachte verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02973
Datum28 maart 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 juli 2021, nummer 23-002488-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Crince Le Roy, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
28 maart 2023.