Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
7 maart 2023.
Hoge Raad
Betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam betreffende een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Ondanks het instellen van het beroep zijn geen cassatiemiddelen door de advocaat van betrokkene ingediend binnen de voorgeschreven termijn. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Hoge Raad toetst de ontvankelijkheid en constateert dat de wettelijke verplichting tot het indienen van cassatiemiddelen niet is nagekomen, waardoor het beroep niet in behandeling kan worden genomen. De Hoge Raad verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee de uitspraak van het gerechtshof. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer en uitgesproken in openbare terechtzitting op 7 maart 2023.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen binnen de wettelijke termijn.