ECLI:NL:HR:2023:369
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelasting Amsterdam 2019
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 19 april 2022, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam betreffende de beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag onroerendezaakbelasting van 2019 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.