ECLI:NL:HR:2023:412

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 maart 2023
Publicatiedatum
16 maart 2023
Zaaknummer
21/05405
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 94 SvArt. 552a SvWet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen beslag op motorclublogo wegens overtreding APV Amsterdam

De zaak betreft een cassatieberoep van klager tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam over een klaagschrift inzake beslag op een vest met het logo van een motorclub. Het beslag was gelegd op grond van verdenking van overtreding van artikel 2.2.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Amsterdam.

Klager stelde onder meer dat de betreffende APV-bepaling niet verbindend zou zijn en dat de raadkamer hier inhoudelijk op had moeten beslissen. De Hoge Raad beoordeelde de klachten over de uitspraak van de rechtbank, maar vond dat deze niet konden leiden tot vernietiging van de beschikking.

De Hoge Raad hoefde niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel kwam, omdat het beantwoorden van de gestelde vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Uiteindelijk werd het cassatieberoep verworpen. De beschikking werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 21 maart 2023.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het beslag op de motorclublogo-vest wegens overtreding van de APV Amsterdam.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/05405 B
Datum21 maart 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 14 december 2021, nummer RK 21/012231, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben R. van Leusden en D.J.M. Dammers, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 maart 2023.