Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
21 maart 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die op 25 augustus 2015 loonbeslag kreeg opgelegd. Ondanks dit beslag wijzigde zij op 17 november 2015 in het salarisadministratiesysteem van haar werkgever het rekeningnummer van de gerechtsdeurwaarder naar haar eigen rekeningnummer. Hierdoor werd in december 2015 het bedrag van 1853,17 euro dat aan de deurwaarder had moeten worden betaald, op haar eigen rekening gestort.
Het hof stelde vast dat de deurwaarder het proces-verbaal van derdenbeslag op 26 augustus 2015 op wettige wijze aan de verdachte had betekend door het in een gesloten enveloppe in haar brievenbus te deponeren. De verdachte voerde aan dat zij de brief niet had ontvangen en geen kennis had van het beslag, mede omdat haar ex-vriend mogelijk de brief uit de brievenbus had gehaald. Het hof achtte dit niet aannemelijk.
De verdediging stelde dat zonder medewerking van derden geen onttrekking mogelijk was en dat de verdachte geen opzet had. Het hof verwierp dit verweer omdat de verdachte zelf de cruciale handeling had verricht door het rekeningnummer te wijzigen. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat het bewijs voldoende was om het opzet van de verdachte te bewijzen en dat het hof niet onbegrijpelijk had geoordeeld dat de verdachte wist van het loonbeslag en bewust het bedrag aan het beslag had onttrokken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat verdachte opzettelijk een bedrag aan loonbeslag heeft onttrokken.