Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
4 april 2023.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 4 april 2023 uitspraak gedaan in het cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 december 2020, betreffende een zaak van medeplegen diefstal van schapen en medeplegen witwassen van schapen. De verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de opgelegde gevangenisstraf, en tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf. De Hoge Raad heeft de overige klachten van het cassatieberoep verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot een vermindering van de straf tot veertien maanden en één week gevangenisstraf.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor de strafmaat en verwierp het beroep voor het overige. Hiermee werd het cassatieberoep deels gegrond verklaard en werd de opgelegde straf verminderd.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot veertien maanden en één week wegens overschrijding van de redelijke termijn.