Uitspraak
1.Verdere procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beslissing
11 april 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 2 juli 2021, waarin de verdachte werd veroordeeld voor het rijden terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd. Tevens speelde een procedurele kwestie over een aanhoudingsverzoek van de raadsman, die niet gemachtigd was en stelde niet op de hoogte te zijn van de verblijfplaats van de verdachte.
De Hoge Raad heeft in een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2023:117) geoordeeld dat het eerste cassatiemiddel niet tot cassatie kan leiden. De advocaat-generaal heeft vervolgens geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Bij de beoordeling van het tweede cassatiemiddel heeft de Hoge Raad vastgesteld dat de klachten tegen het hof niet leiden tot vernietiging van het arrest.
De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep is derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.