Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
31 maart 2023.
Hoge Raad
In deze civiele procedure heeft eiser cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 november 2021, waarin zijn vordering tegen Stichting Parteon werd afgewezen. De zaak betreft een aansprakelijkheidsrechtelijk geschil waarbij onder meer de stelplicht en bewijslast volgens artikel 6:174 BW Pro een rol spelen.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van eiser beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij is overwogen dat het niet noodzakelijk is om de motivering van het hof te toetsen omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het beroep wordt derhalve verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 3.057,-- inclusief wettelijke rente. Hiermee komt een einde aan de procedure in cassatie, waarbij de eerdere beslissingen van de lagere rechterlijke instanties in stand blijven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.