ECLI:NL:HR:2023:502

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 maart 2023
Publicatiedatum
30 maart 2023
Zaaknummer
22/00649
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:174 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in aansprakelijkheidszaak tegen Stichting Parteon

In deze civiele procedure heeft eiser cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 november 2021, waarin zijn vordering tegen Stichting Parteon werd afgewezen. De zaak betreft een aansprakelijkheidsrechtelijk geschil waarbij onder meer de stelplicht en bewijslast volgens artikel 6:174 BW Pro een rol spelen.

De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van eiser beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij is overwogen dat het niet noodzakelijk is om de motivering van het hof te toetsen omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het beroep wordt derhalve verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 3.057,-- inclusief wettelijke rente. Hiermee komt een einde aan de procedure in cassatie, waarbij de eerdere beslissingen van de lagere rechterlijke instanties in stand blijven.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/00649
Datum31 maart 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
STICHTING PARTEON,
gevestigd te Hoogeveen,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Parteon,
advocaten: J.H.M. van Swaaij en J.M. Moorman.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/15/281870 / HA ZA 18-773 van de rechtbank Noord-Holland van 23 januari 2019 en 3 juli 2019;
b. de arresten in de zaak 200.268.513/01 van het gerechtshof Amsterdam van 19 november 2019 en 30 november 2021.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 30 november 2021 beroep in cassatie ingesteld.
Parteon heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Parteon toegelicht door haar advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Parteon begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
31 maart 2023.