ECLI:NL:HR:2023:515

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 maart 2023
Publicatiedatum
30 maart 2023
Zaaknummer
22/03304
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond inzake naheffingsaanslagen loonheffingen 2017-2018

Belanghebbende, een vennootschap onder firma, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over naheffingsaanslagen loonheffingen voor de jaren 2017 en 2018. Na een uitspraak van de Rechtbank Den Haag werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag, dat op 27 juli 2022 uitspraak deed. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering gegeven. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard.

Verder is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 31 maart 2023 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer22/03304
Datum31 maart 2023
ARREST
in de zaak van
V.O.F. [X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 27 juli 2022, nrs. BK-22/00001 en BK-22/00002 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 20/4483 en 20/4484) betreffende aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de loonheffingen over de jaren 2017 en 2018 en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door N.A. Gangadin, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van de klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2023.