ECLI:NL:HR:2023:519
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting aanslagen 2016 en 2017
De zaak betreft het cassatieberoep van de erfgenamen van een overleden persoon tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2016 en 2017. Eerder had de Hoge Raad een eerdere uitspraak vernietigd en de zaak terugverwezen naar het Hof voor verdere behandeling.
In het tweede cassatieberoep hebben de belanghebbenden hun klachten ingediend tegen de uitspraak van het Hof. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. Na beoordeling heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest en dat motivering niet nodig is omdat het niet gaat om vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest is op 31 maart 2023 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Cools en Van der Voort Maarschalk.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof blijft gehandhaafd.