ECLI:NL:HR:2023:52

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 januari 2023
Publicatiedatum
19 januari 2023
Zaaknummer
22/02093
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in AOW-zaak erfgenamen

De erfgenamen van een overledene hebben beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep die het hoger beroep van de erflater tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag betrof. Het geschil ging over een besluit van de Sociale verzekeringsbank met betrekking tot de Algemene Ouderdomswet (AOW).

De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep getoetst en daarbij ook het advies van de procureur-generaal betrokken. Gezien de aard van de klachten en de inhoud van de eerdere uitspraken heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad daarom het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is besloten dat er geen proceskosten worden toegewezen. Het arrest is op 20 januari 2023 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer22/02093
Datum20 januari 2023
ARREST
in de zaak van
DE ERFGENAMEN VAN [A], gewoond hebbende te [Z] (hierna: belanghebbenden)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 mei 2022, nr. 21/713 AOW [1] , op het hoger beroep van erflater tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. 20/3671) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene Ouderdomswet.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2023.