ECLI:NL:HR:2023:521
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2022, waarin het hof het hoger beroep behandelde over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2013 tot en met 2016, alsmede de daarbij behorende boetebeschikkingen en beschikkingen inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er is geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te wijzen. Het arrest is gewezen door raadsheer Wortel als voorzitter, met raadsheren Cools en van der Voort Maarschalk, en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.