Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
4 april 2023.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij werd veroordeeld voor het voorhanden hebben van een semi-automatisch grendelgeweer en 15 stuks randvuur kogelpatronen in een bedrijfspand te Assen op 19 maart 2018.
Het hof had vastgesteld dat de munitie in een koelkast lag en dat verdachte kort daarvoor had verklaard deze munitie te hebben gezien. Het hof oordeelde dat verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van de munitie en deze voorhanden had. De Hoge Raad stelde echter vast dat het hof ook verklaringen van verdachte gebruikte waarin hij aangaf te denken dat de munitie weg was en dat hij ervan uitging dat de munitie door een kennis was meegenomen, waardoor het oordeel over bewustheid niet zonder meer begrijpelijk was.
De Hoge Raad herhaalde de vereisten voor bewustheid bij het voorhanden hebben van wapens of munitie en concludeerde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom verdachte zich bewust zou zijn geweest van de aanwezigheid van de munitie op de pleegdatum. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de munitie betrof en wees de zaak terug voor hernieuwde behandeling. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling over het voorhanden hebben van munitie.