Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
4 april 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 september 2021, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van diefstal van elektronische gereedschappen en apparatuur uit bestelbus(sen). De verdediging voerde onder meer een bewijsklacht aan en stelde een onvolkomenheid bij de beëdiging van één of meer raadsheren van het hof.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De vermeende onvolkomenheid bij de beëdiging behoeft geen nadere bespreking, gelet op een eerder arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2022:1438). De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Hiermee blijft het hofarrest in stand en is de veroordeling van verdachte bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waardoor het hofarrest met veroordeling tot medeplegen diefstal in stand blijft.