Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
11 april 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte, voorzitter van een vereniging, werd vrijgesproken van verduistering van een geldbedrag van €41.000. De verdachte was niet bevoegd zelfstandig over het geld te beschikken; het bestuur had deze bevoegdheid.
Het hof concludeerde dat verdachte het geld zonder overleg en zonder onderbouwing naar eigen goeddunken had besteed, hetgeen niet strookt met de doelstellingen van de vereniging. De tegenstrijdige en inconsistente verklaringen van verdachte versterkten het oordeel van het hof dat sprake was van wederrechtelijke toe-eigening.
De Hoge Raad oordeelde dat de motivering van het hof toereikend was en dat het cassatiemiddel niet tot vernietiging van het arrest kon leiden. Het beroep werd verworpen, waarmee de vrijspraak in eerste aanleg en het arrest van het hof in stand bleven.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt vrijspraak wegens verduistering €41.000 door voorzitter vereniging.