ECLI:NL:HR:2023:54
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake aanslag inkomstenbelasting 2016
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 mei 2022, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd behandeld. De zaak betrof de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2016, inclusief de beschikking inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld, evenals de verweerschriften van de Staatssecretaris van Financiën. Na zorgvuldige overweging concludeert de Hoge Raad dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet nader, omdat de klachten geen vragen oproepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten ziet de Hoge Raad geen aanleiding voor een veroordeling. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof wordt bevestigd.