ECLI:NL:HR:2023:548

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 april 2023
Publicatiedatum
11 april 2023
Zaaknummer
21/00690 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 94 Wetboek van StrafvorderingArt. 552a Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep cassatie tegen beslag op gouden sieraden wegens verdenking witwassen

In deze zaak heeft de klaagster, eigenaar van een juwelierswinkel in Duitsland, beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 29 januari 2021. Het betrof een klaagschrift over het beslag op gouden sieraden onder een werknemer van de klaagster, in verband met een verdenking van witwassen.

De rechtbank had geoordeeld dat het belang van de strafvordering zich verzet tegen opheffing van het beslag, omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter het inbeslaggenomen goud zal verbeurd verklaren. De Hoge Raad heeft de klachten van de klaagster beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank.

De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep is derhalve verworpen. De uitspraak is gedaan door de vice-president J. de Hullu, en raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer op 11 april 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de gouden sieraden blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/00690 B
Datum11 april 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 29 januari 2021, nummer RK 20/4803, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] ,
gevestigd te [geboorteplaats] ,
hierna: de klaagster.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 april 2023.