Uitspraak
1.Procesverloop
de beschikking in de zaak C/09/634143 / FA RK 22-5468 van de rechtbank Den Haag van 6 september 2022.
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
14 april 2023.
Hoge Raad
Betrokkene had een zorgmachtiging tot 15 september 2022 en de officier van justitie verzocht om een aansluitende machtiging voor twee jaar. De rechtbank verleende deze machtiging voor 24 maanden tot 6 september 2024, met gedeeltelijke afwijzing van verplichte zorgvormen. De rechtbank motiveerde de duur met het feit dat betrokkene langer dan vijf jaar aaneengesloten gedwongen zorg ontving.
De Hoge Raad onderzocht of voorwaardelijke machtigingen op grond van de oude Wet Bopz meetellen bij de berekening van de aaneengesloten periode van vijf jaar zoals vereist door art. 6:5 Wvggz Pro. De Hoge Raad oordeelde dat deze machtigingen wel meetellen, omdat zij gedwongen zorg omvatten en de wetgever dit beoogde.
Vervolgens stelde de Hoge Raad vast dat er tussen 6 oktober 2017 en 18 oktober 2017 een onderbreking was in de gedwongen zorg, omdat de voorlopige machtiging was verlopen en de voorwaardelijke machtiging nog niet was verleend. Ook tussen 9 mei 2020 en 27 mei 2020 bestond geen wettelijke grondslag voor gedwongen zorg. Hierdoor was niet voldaan aan de eis van vijf jaar aaneengesloten gedwongen zorg.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het deel van de beschikking dat de zorgmachtiging voor 24 maanden verleende en beperkte de duur tot twaalf maanden, tot 6 september 2023, overeenkomstig art. 6:5, aanhef en onder b, Wvggz.
Uitkomst: De Hoge Raad beperkt de zorgmachtiging tot twaalf maanden wegens onderbrekingen in de aaneengesloten gedwongen zorg.