ECLI:NL:HR:2023:592
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en heeft een betalingstermijn van vier weken gesteld. Hoewel de brief is ontvangen, is het griffierecht niet voldaan.
Vervolgens is belanghebbende nogmaals aangeschreven met de mogelijkheid om een verklaring te geven voor het niet betalen van het griffierecht. Ook van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) leidt het niet voldoen van het griffierecht tot niet-ontvankelijkheid van het beroep in cassatie.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten en verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 14 april 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.