ECLI:NL:HR:2023:597
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. Het beroepschrift bevatte echter niet de vereiste gronden van het beroep. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende meerdere malen in de gelegenheid gesteld om dit verzuim te herstellen, met een uiterste hersteltermijn tot 28 oktober 2022.
Ondanks deze kansen heeft belanghebbende het verzuim niet hersteld. Op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2023. Hiermee wordt het cassatieberoep definitief afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden van het beroep.