ECLI:NL:HR:2023:618

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 april 2023
Publicatiedatum
17 april 2023
Zaaknummer
21/02675
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Peek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 SvArt. 511h Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in zaak profijtontneming cocaïnehandel

In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, gerelateerd aan het vervoeren van cocaïne. Betrokkene had tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 juni 2021 cassatieberoep ingesteld. Echter, er werden geen cassatiemiddelen door de advocaat van betrokkene ingediend binnen de wettelijk voorgeschreven termijn.

De advocaat-generaal concludeerde daarom dat betrokkene niet-ontvankelijk moest worden verklaard in zijn cassatieberoep. De Hoge Raad toetste deze conclusie en stelde vast dat de wettelijke termijn voor het indienen van schriftelijke klachten niet was nageleefd, waardoor de Hoge Raad het beroep niet in behandeling kon nemen.

Het arrest van de Hoge Raad van 18 april 2023 verklaart derhalve het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het vonnis van het gerechtshof Amsterdam ongewijzigd blijft. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02675 P
Datum18 april 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 25 juni 2021, nummer 23-003863-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de betrokkene een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de betrokkene niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 in Pro samenhang met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 april 2023.