Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
18 april 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor meermalen vervoeren van cocaïne, medeplegen van witwassen en medeplegen van voorbereidingshandelingen van cocaïnehandel.
De verdachte stelde meerdere cassatiemiddelen voor, waaronder een klacht over de bewijsvoering en een klacht over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. De Hoge Raad beoordeelde de klachten en verwierp de bewijsgerelateerde klachten zonder nadere motivering, omdat deze niet van belang zijn voor de rechtsontwikkeling.
De klacht over de overschrijding van de redelijke termijn werd gegrond verklaard. De Hoge Raad oordeelde dat de stukken te laat door het hof waren ingezonden, wat een overschrijding van de redelijke termijn opleverde. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 32 maanden naar 31 maanden.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafmaat, verminderde de straf en verwierp het beroep voor het overige. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer op 18 april 2023.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 32 naar 31 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.