Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
20 januari 2023.
Hoge Raad
In deze zaak heeft verzoeker cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 september 2022, waarin het hof de niet-ontvankelijkverklaring van een schuldenaar op grond van artikel 287 lid 2 Faillissementswet Pro (Fw) heeft bevestigd.
De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep.
Bij de beoordeling van het cassatieberoep heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de klachten van verzoeker niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd. Het arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer F.J.P. Lock.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.