ECLI:NL:HR:2023:670

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 april 2023
Publicatiedatum
21 april 2023
Zaaknummer
23/00709
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep betreffende een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het beroep en constateert dat het beroepschrift niet binnen de in artikel 6:7 Awb Pro gestelde termijn van zes weken is ingediend. De termijn eindigde op 10 januari 2023, terwijl het beroepschrift pas op 24 februari 2023 werd ontvangen.

Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld om een toelichting te geven op de overschrijding, maar de aangevoerde redenen zijn onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk.

De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 21 april 2023 in het openbaar uitgesproken door raadsheren Wortel, Cools en Van der Voort Maarschalk.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer23/00709
Datum21 april 2023
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 november 2022, nr. 21/1237 WIA [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 20/1516) betreffende een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Centrale Raad van Beroep heeft op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep aangetekend dat een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen is verzonden op 29 november 2022. Het beroepschrift in cassatie is op 24 februari 2023 via het webportaal van de Hoge Raad ontvangen.
Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb Pro gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 10 januari 2023.
De griffier van de Hoge Raad heeft op 28 februari 2023 in het digitaal dossier van belanghebbende een bericht geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld binnen vier weken mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Hetgeen belanghebbende in zijn op 9 maart 2023 via het webportaal ontvangen brief aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2023.