Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:683

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 mei 2023
Publicatiedatum
4 mei 2023
Zaaknummer
22/00424
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:262 SrCArt. 2:259 SrCArt. 1:119 SrCArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt voorbedachte raad bij moord op Curaçao

In deze strafzaak stond de vraag centraal of de verdachte met voorbedachte raad handelde bij het doden van een persoon op Curaçao. Na een ruzie in een snackbar bracht verdachte eerst zijn vriendin naar huis, keerde terug en vuurde vervolgens op korte afstand meerdere kogels af op het slachtoffer, dat hierdoor overleed. Tevens raakte een willekeurige omstander gewond.

De verdediging voerde aan dat sprake was van ogenblikkelijke gemoedsopwelling of plotselinge drift, waardoor voorbedachte raad niet kon worden aangenomen. Het hof oordeelde echter dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden, aangezien er ongeveer tien minuten zaten tussen het besluit om te schieten en de uitvoering daarvan. Ook waren er geen contra-indicaties die het aannemen van voorbedachte raad in de weg stonden.

De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. De advocaat-generaal had eveneens geconcludeerd tot verwerping. De Hoge Raad achtte het niet nodig om uitgebreide motivering te geven omdat de klachten niet van belang waren voor de rechtsontwikkeling. Het arrest werd op 9 mei 2023 gewezen door de strafkamer van de Hoge Raad.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verdachte met voorbedachte raad moord heeft gepleegd en wijst het cassatieberoep af.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/00424 C
Datum9 mei 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 27 januari 2022, nummer H-7/21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Valkenswaard, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het eerste cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 1. tenlastegelegde voor zover inhoudende dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met 14.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 mei 2023.