ECLI:NL:HR:2023:707
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag omzetbelasting 2012
Belanghebbende, een fiscale eenheid, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 2012 en de daarbij behorende beschikking inzake belastingrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit hof deed op 1 juni 2021 uitspraak in de zaak.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het hof. De Staatssecretaris diende een verweerschrift in. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.
De Hoge Raad vond het niet nodig om de grieven nader te motiveren omdat geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht aan de orde waren. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is op 12 mei 2023 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.