ECLI:NL:HR:2023:709
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. Na het instellen van het beroep heeft belanghebbende een verzoek tot wraking ingediend, dat buiten behandeling is gesteld. De Hoge Raad heeft vervolgens het griffierecht opgelegd, maar belanghebbende heeft dit niet betaald.
De griffier heeft belanghebbende meerdere keren aangeschreven, eerst aangetekend en later per gewone brief na adresverificatie, om gegevens te verstrekken en het griffierecht te voldoen. Alle brieven zijn wegens onbestelbaarheid teruggezonden, waarna alsnog gewone post is verzonden. Belanghebbende heeft niet gereageerd en het griffierecht niet voldaan.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 12 mei 2023 gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.