Uitspraak
1.Verdere procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beslissing
16 mei 2023.
Hoge Raad
In deze strafzaak gaat het om de aanwezigheid van een hennepkwekerij in een woning die door de schoonmoeder van de verdachte werd gehuurd en tijdens haar vakantie aan de verdachte zou zijn onderverhuurd. De verdachte ontkent betrokkenheid en aanwezigheid in de woning op het moment van aantreffen van de kwekerij.
De bewezenverklaring steunt mede op een verklaring van de schoonmoeder, die aanvankelijk stelde de woning aan de verdachte te hebben onderverhuurd, maar later haar verklaring wijzigde. De verdediging voerde aan dat deze verklaring onbetrouwbaar is en dat er geen bewijs is dat de verdachte op het adres verbleef of de kwekerij exploiteerde.
Het hof gebruikte de verklaring van de schoonmoeder voor bewijs, maar gaf niet in het bijzonder aan waarom het afweek van het uitdrukkelijk onderbouwde en met argumenten ondersteunde standpunt van de verdediging over de onbetrouwbaarheid van die verklaring, zoals vereist op grond van artikel 359 lid 2 Sv Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof hiermee in strijd handelde met de wettelijke motiveringsplicht en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting en afdoening op basis van het bestaande dossier.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering bij bewijswaardering.