Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
16 mei 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een beklag tegen het beslag op een Rolex-horloge dat onder de neef van de klager in beslag is genomen in een strafrechtelijk onderzoek naar oplichting en witwassen. De klager stelde eigenaar te zijn van het horloge en vorderde teruggave, stellende dat hij het horloge met legaal geld had aangeschaft en uitgeleend aan zijn neef.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het klaagschrift ongegrond. Zij oordeelde dat niet aannemelijk was dat het horloge aan de klager toebehoorde, mede omdat de neef het horloge droeg op het moment van inbeslagneming en zich op zijn zwijgrecht had beroepen. Ook was de verklaring van de klager over het uitlenen niet onderbouwd en was er onvoldoende inzicht in de herkomst van het contante aankoopbedrag.
De rechtbank achtte het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later het horloge zou verbeurd verklaren, waardoor het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag rechtvaardigde. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af, stellende dat de rechtbank zich rekenschap heeft gegeven van de voorwaarden voor verbeurdverklaring en haar beslissing voldoende heeft gemotiveerd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op het horloge blijft gehandhaafd.