Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
23 mei 2023.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor gewoontewitwassen van geldbedragen ter hoogte van €3.661.172 en een woning, op grond van artikel 420bis.1.a jo. 420ter.1 Sr. Het hof bevestigde gedeeltelijk het vonnis van de rechtbank. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
Namens de verdachte diende advocaat J.C. Reisinger het cassatieberoep in, waarop de advocaat-generaal A.E. Harteveld concludeerde tot verwerping. De Hoge Raad heeft vervolgens de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het arrest van de Hoge Raad, gewezen op 23 mei 2023, bevestigt daarmee het oordeel van het hof en verwerpt het cassatieberoep. Hiermee blijft de veroordeling voor gewoontewitwassen van geld en woning in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.