Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:749

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juni 2023
Publicatiedatum
19 mei 2023
Zaaknummer
21/01994
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 282.1 SrArt. 300.1 SrArt. 26.1 WWMArt. 13.1 WWMArt. 81.1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen opzettelijke vrijheidsberoving en mishandeling

In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van opzettelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr), medeplegen van mishandeling (art. 300.1 Sr) en het voorhanden hebben van een busje pepperspray en een boksbeugel (art. 26.1 en 13.1 WWM). Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte veroordeeld en aan de benadeelde partij een immateriële schadevergoeding van €7.500 toegekend.

De verdachte stelde in cassatie onder meer dat de verklaringen van getuigen onbetrouwbaar waren en voerde een bewijsklacht aan tegen de veroordeling voor medeplegen van mishandeling. Tevens werd de motivering van de toewijzing van de immateriële schadevergoeding betwist.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering nader toe te lichten omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof Amsterdam ongewijzigd blijft. De toewijzing van de immateriële schadevergoeding aan de benadeelde partij is daarmee bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling en schadevergoeding van het gerechtshof blijven in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01994
Datum6 juni 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 mei 2021, nummer 23-003016-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij heeft R. van den Berg, advocaat te Haarlem, een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Namens de verdachte hebben J.Kuijper en D.W.E. Sternfeld, beiden advocaat te Amsterdam, daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 juni 2023.