Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
30 mei 2023.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 30 mei 2023 arrest gewezen in een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De zaak betrof medeplegen van bedrieglijke bankbreuk door een rechtspersoon en valsheid in geschrift door een notaris. De verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden.
In cassatie werd geklaagd over het overschrijden van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, omdat stukken te laat door het hof waren ingezonden en de Hoge Raad zelf meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep uitspraak deed. De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn was overschreden.
Als gevolg daarvan werd de opgelegde gevangenisstraf verminderd tot acht maanden en een week. De overige cassatiemiddelen werden verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige procesvoering en de gevolgen van overschrijding van de redelijke termijn voor de strafoplegging.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot acht maanden en een week wegens overschrijding van de redelijke termijn.