Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
24 januari 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 januari 2021, waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van diefstal van elektriciteit ten behoeve van een hennepkwekerij door middel van verbreking van de levering. De verdachte stelde diverse klachten in cassatie over de bewijswaardering en de geloofwaardigheid van zijn verklaring.
De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Hierbij was het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft het beroep van de verdachte verworpen en het arrest van het hof in stand gelaten. Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wordt bevestigd.