ECLI:NL:HR:2023:780

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 mei 2023
Publicatiedatum
25 mei 2023
Zaaknummer
20/03484
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROWet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheidsverdeling tussen belastingrechter en burgerlijke rechter in Caribische zaak

In deze zaak hebben de Ontvanger en de Inspecteur beroep in cassatie ingesteld tegen een vonnis van het hof in een interregionale belastinggeschil met betrekking tot een Caribische vennootschap en Malone Ltd. De zaak betreft de bevoegdheidsverdeling tussen de belastingrechter en de burgerlijke rechter in een context die meerdere jurisdicties omvat.

De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere vonnissen van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Na beoordeling van de klachten over het hofvonnis oordeelt de Hoge Raad dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het vonnis.

De Hoge Raad ziet geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet vereist is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het cassatieberoep wordt verworpen en de kosten van het geding worden aan de zijde van de Ontvanger en Inspecteur opgelegd, met specificatie van verschotten en salaris aan de zijde van Malone. Het arrest is gewezen door de vicepresident en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Ontvanger en Inspecteur wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/03484
Datum26 mei 2023
ARREST
In de zaak van
1. DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/MIDDEN EN KLEINBEDRIJF,
gevestigd te Den Haag,
2. DE STAAT DER NEDERLANDEN (DE INSPECTEUR VAN DE BELASTINGDIENST/MIDDEN EN KLEINBEDRIJF),
zetelende te Den Haag,
VERZOEKERS tot cassatie,
hierna: de Ontvanger en de Inspecteur,
advocaat: J.W.H. van Wijk,
tegen
1. [de vennootschap] N.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Vennootschap,
niet verschenen,
2. MALONE LTD.,
gevestigd in Malta,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Malone,
advocaat: D. Rijpma,
3. YVOMANTE CORPORATION N.V.,
gevestigd in Curaçao,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Yvomante,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak CUR201703829 van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 6 december 2018;
het vonnis in de zaak CUR201703829 / CUR2019H00007 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 28 juli 2020.
De Ontvanger en de Inspecteur hebben tegen het vonnis van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Vennootschap en Yvomante hebben geen verweerschrift ingediend.
Malone heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor de Ontvanger, de Inspecteur en Malone toegelicht door hun advocaten, en voor de Ontvanger en de Inspecteur mede door J.W. de Jong.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Ontvanger en de Inspecteur heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie). [1]

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Ontvanger en de Inspecteur in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Malone begroot op € 831,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Ontvanger en de Inspecteur deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan en aan de zijde van de Vennootschap en Yvomante begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
26 mei 2023.

Voetnoten

1.Zie HR 21 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:543.