Uitspraak
gevestigd te Den Haag,
zetelende te Den Haag,
gevestigd in [vestigingsplaats],
gevestigd in Malta,
gevestigd in Curaçao,
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
26 mei 2023.
Hoge Raad
In deze zaak hebben de Ontvanger en de Inspecteur beroep in cassatie ingesteld tegen een vonnis van het hof in een interregionale belastinggeschil met betrekking tot een Caribische vennootschap en Malone Ltd. De zaak betreft de bevoegdheidsverdeling tussen de belastingrechter en de burgerlijke rechter in een context die meerdere jurisdicties omvat.
De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere vonnissen van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Na beoordeling van de klachten over het hofvonnis oordeelt de Hoge Raad dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het vonnis.
De Hoge Raad ziet geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet vereist is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het cassatieberoep wordt verworpen en de kosten van het geding worden aan de zijde van de Ontvanger en Inspecteur opgelegd, met specificatie van verschotten en salaris aan de zijde van Malone. Het arrest is gewezen door de vicepresident en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Ontvanger en Inspecteur wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het geding.