ECLI:NL:HR:2023:787

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 mei 2023
Publicatiedatum
25 mei 2023
Zaaknummer
21/04343
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 5:121 BWArt. 5:140 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt beschikking hof in cassatie over appartementsrechten en wijziging splitsingsakte

In deze zaak stond een geschil centraal over appartementsrechten en de wijziging van een akte van splitsing. De zaak betrof meerdere partijen, waaronder een verzoeker en meerdere verweerders, waaronder gezamenlijke erven en een executeur. Het geschil werd behandeld door de kantonrechter en het gerechtshof Amsterdam, waarna cassatie werd ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verzoeker tegen de beschikking van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de beschikking. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof te bespreken, omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

In het principale cassatieberoep werd het beroep van de verzoeker verworpen en werd hij veroordeeld in de kosten van het geding. In het incidentele cassatieberoep werden de beroepen van de verweerders eveneens verworpen en zij werden veroordeeld in de kosten. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en raadsheren van de Hoge Raad, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Lock.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en het incidentele cassatieberoep en bevestigt de beschikking van het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/04343
Datum26 mei 2023
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats], China,
VERZOEKER tot cassatie, verweerder in het incidentele cassatieberoep,
hierna: [verzoeker],
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
1. [verweerster 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verweerster 3],
wonende te [woonplaats],
4. De gezamenlijke erven van [erflater],
wonende te [woonplaats],
5. [verweerster 5],
wonende te [woonplaats],
6. [verweerster 3] (in haar hoedanigheid van executeur van de nalatenschap van [erflater]),
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het incidentele cassatieberoep,
hierna: [verweerders],
advocaat: aanvankelijk F.I. van Dorsser, thans J. den Hoed.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak 7116738 EA VERZ 18-644 van de kantonrechter te Amsterdam van 30 augustus 2019;
b. de beschikking in de zaak 200.269.929/01 van het gerechtshof Amsterdam van 20 juli 2021.
[verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Verweerders sub 1 t/m 5 hebben geconcludeerd primair tot niet-ontvankelijkheid en subsidiair tot verwerping van het principaal cassatieberoep. Tevens hebben verweerders sub 1 t/m 6 incidenteel cassatieberoep ingesteld. [verzoeker] heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring althans verwerping van het incidentele cassatieberoep. Na kennisgeving van de procesinleiding heeft verweerster sub 6 een nader verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt in het principale cassatieberoep:
- tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in zijn beroep jegens de gezamenlijke erven van Jongsma;
- overigens tot verwerping;
in het incidentele cassatieberoep:
- tot niet-ontvankelijkverklaring van de gezamenlijke erven van Jongsma in hun beroep;
- overigens tot verwerping.
De advocaat van [verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 845,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verzoeker] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verweerders] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verzoeker] begroot op € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
26 mei 2023.