ECLI:NL:HR:2023:79

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 januari 2023
Publicatiedatum
20 januari 2023
Zaaknummer
21/01947
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 242 SrArt. 310 SrArt. 5.2 Wet ROArt. 6.2 Wet ROArt. 81 Wet RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak medeplegen verkrachting en diefstal

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van verkrachting en diefstal. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.

De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en onder meer gekeken naar de onvolkomenheid bij de beëdiging van de advocaat-generaal, de betrouwbaarheid van de verklaring van de aangeefster, de bewijsminimumregels (unus testis), en de strafmotivering inclusief de redelijke termijn. De Hoge Raad volgde het eerdere arrest HR:2022:1438 en vond dat de onvolkomenheid bij beëdiging geen verdere bespreking behoeft.

Verder oordeelde de Hoge Raad dat de klachten van de verdachte niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad hoefde geen uitgebreide motivering te geven omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het beroep werd derhalve verworpen en het hofarrest bleef in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 24 januari 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest met 24 maanden gevangenisstraf blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01947
Datum24 januari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 april 2021, nummer 20-001060-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.E.G. van der Hut, advocaat te 's‑Gravenhage, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Namens de verdachte heeft S.W.M. Stevens, advocaat te 's‑Gravenhage, na het verstrijken van de in artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering bedoelde termijn, bij aanvullende schriftuur nog aan de orde gesteld dat bij de beëdiging van de advocaatgeneraal die bij de behandeling van de zaak in hoger beroep betrokken is geweest, zich een onvolkomenheid heeft voorgedaan. Gelet op het arrest dat de Hoge Raad op 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1438, heeft gewezen, behoeft dat geen verdere bespreking.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 januari 2023.