ECLI:NL:HR:2023:794
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroepen in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak over verzet
In deze zaak heeft het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant en belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant van 15 april 2022. Deze uitspraak had het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak van 9 juli 2021 gegrond verklaard en beslist over de proceskosten.
De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van de cassatieberoepen en verwijst naar artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie in samenhang met artikel 28, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Hieruit volgt dat cassatieberoep tegen een uitspraak waarbij verzet gegrond is verklaard niet mogelijk is; alleen hoger beroep staat open.
Op grond hiervan verklaart de Hoge Raad de beide cassatieberoepen niet-ontvankelijk. Tevens ziet de Hoge Raad geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en legt het griffierecht van € 548 op aan het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant.
Het arrest is uitgesproken door de raadsheren Boerlage, Cools en Van der Voort Maarschalk op 26 mei 2023.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de cassatieberoepen niet-ontvankelijk omdat tegen een uitspraak waarbij verzet gegrond is verklaard geen cassatieberoep openstaat.