ECLI:NL:HR:2023:796
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
In deze zaak hebben de erfgenamen van een overledene beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het beroepschrift in cassatie voldeed echter niet aan de vereisten omdat het geen gronden van het beroep bevatte. De griffier van de Hoge Raad heeft de belanghebbenden per aangetekende brief in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Hoewel de brief is ontvangen, hebben de belanghebbenden geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.
De Hoge Raad heeft daarom het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen aanleiding gezien om de proceskosten aan de belanghebbenden op te leggen. De uitspraak is gedaan door de raadsheren Wortel, Cools en Van der Voort Maarschalk en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het niet herstellen daarvan.