ECLI:NL:HR:2023:866

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2023
Publicatiedatum
8 juni 2023
Zaaknummer
21/05274
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:634 BWArt. 7:639 BWArt. 7:645 BWArt. 110 cao NS
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg begrip vakantie en pensioenpremie in cao NS bij arbeidsrechtelijke geschil

In deze zaak stond de uitleg van het begrip 'vakantie' in artikel 7:634 BW Pro centraal, met name de inzet van bovenwettelijke vakantie voor andere doeleinden en het recht op loon volgens artikelen 7:639 en 7:645 BW. Daarnaast speelde de uitleg van de cao NS en de vaststellingsovereenkomst een rol, evenals de vraag of daarvan mocht worden afgeweken ondanks het dwingend karakter van het recht.

De zaak betrof een geschil tussen NS Reizigers B.V. en een werknemer over de afdracht van pensioenpremies over de Compensatie Onregelmatigheid zoals bepaald in artikel 110 van Pro de cao. De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen en arresten van lagere instanties en nam kennis van de conclusie van de Advocaat-Generaal die vernietiging en afdoening bepleitte.

De Hoge Raad oordeelde dat de onderdelen 1-3 van het cassatiemiddel niet slaagden, maar dat onderdeel 4 wel gegrond was. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitsluitend voor zover NSR was veroordeeld tot nabetaling van pensioenpremies over de Compensatie Onregelmatigheid. Het beroep werd voor het overige verworpen. Tevens werd de werknemer veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Deze uitspraak verduidelijkt de uitleg van arbeidsrechtelijke bepalingen omtrent vakantie en pensioenpremie in het kader van cao-toepassing en bevestigt de grenzen van afwijking van dwingend recht en rechtsstrijd.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover NS is veroordeeld tot nabetaling van pensioenpremies over de Compensatie Onregelmatigheid.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/05274
Datum9 juni 2023
ARREST
In de zaak van
NS REIZIGERS B.V.,
gevestigd te Utrecht,
EISERES tot cassatie,
hierna: NSR,
advocaat: S.F. Sagel,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de werknemer,
advocaat: H.J.W. Alt.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 7350427 UC EXPL 18-12787 JH/1050 van de kantonrechter te Utrecht van 22 mei 2019 en 2 oktober 2019;
b. de arresten in de zaken 200.265.402 en 200.267.723 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 maart 2021 en 21 september 2021.
NSR heeft tegen het arrest van het hof van 21 september 2021 beroep in cassatie ingesteld.
De werknemer heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor NSR mede door K.A. Gorgun en I.L.N. Timp.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot vernietiging en tot afdoening als in de conclusie onder 6.28 vermeld.

2.Beoordeling van het middel

Op de gronden vermeld in HR 9 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:816 kunnen de onderdelen 1-3 van het middel niet tot cassatie leiden en slaagt de klacht van onderdeel 4. De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door het bestreden arrest op laatstgenoemd onderdeel te vernietigen.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 september 2021, maar uitsluitend voor zover NSR daarin is veroordeeld tot afdracht c.q. nabetaling van de pensioenpremie over de Compensatie Onregelmatigheid van artikel 110 cao Pro;
- verwerpt het beroep voor het overige;
- veroordeelt [verweerder] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van NSR begroot op € 945,32 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verweerder] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
9 juni 2023.