Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:878

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juni 2023
Publicatiedatum
8 juni 2023
Zaaknummer
22/01171
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 289 SrArt. 26 lid 1 WWM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen poging tot moord en wapenbezit

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van poging tot moord en medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. De feiten speelden zich in 2019 af in Rosmalen, waar verdachte als bestuurder van een rijdende auto fungeerde van waaruit een medeverdachte op klaarlichte dag in een woonwijk met een vuurwapen op een ander schoot.

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had verdachte veroordeeld. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, met klachten over de bewijswaardering door het hof, waaronder de vraag of het hof voldoende had gemotiveerd dat sprake was van voorbedachte raad en voorwaardelijk opzet, en of het hof terecht had geoordeeld over het medeplegen van poging tot moord en wapenbezit.

De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet nodig om inhoudelijk op de klachten in te gaan, omdat deze geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten.

Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het hof in stand gelaten.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/01171
Datum13 juni 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 maart 2022, nummer 20-000854-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.F. Korvinus, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 juni 2023.