ECLI:NL:HR:2023:907
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake erfbelasting 2016
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 augustus 2022, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een aan de erfgenamen opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2016 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten tegen het arrest van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Gelet op artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, was het niet noodzakelijk om de klachten inhoudelijk te motiveren of om vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Cools en Van der Voort Maarschalk en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.