ECLI:NL:HR:2023:908
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting aanslagen 2018 en 2019
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het oordeel van het Gerechtshof Den Haag inzake de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2018 en 2019. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van zijn oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen betreffen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Cools en Van der Voort Maarschalk en op 9 juni 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.