Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:911

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juni 2023
Publicatiedatum
9 juni 2023
Zaaknummer
21/04414
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.C Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende bewijs voor aanwezig hebben hennepplanten

In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte het strafbare feit van het aanwezig hebben van hennepplanten kon worden toegerekend. Verdachte had een woning gehuurd die hij vervolgens onderverhuurde aan een derde, waarin 238 hennepplanten werden aangetroffen. Het hof had geoordeeld dat verdachte deze hennepplanten aanwezig had, maar de Hoge Raad stelde vast dat uit de bewijsvoering niet blijkt dat verdachte feitelijke macht over de planten had.

De Hoge Raad oordeelde dat het enkele feit dat verdachte in het verleden herhaaldelijk was veroordeeld voor het telen en aanwezig hebben van hennep, en dat hij wist dat zijn onderhuurder zich met illegale activiteiten bezighield, onvoldoende is om aan te nemen dat verdachte over de hennepplanten kon beschikken. Hierdoor kon het bewezenverklaarde niet worden gehandhaafd.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het de beslissing over het meer subsidiaire tenlastegelegde en de strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling en afdoening. Deze uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs voor feitelijke macht bij het aanwezig hebben van verboden middelen.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling wegens onvoldoende bewijs van feitelijke macht over hennepplanten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04414
Datum13 juni 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 oktober 2021, nummer 22-002726-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J.S. Nan, advocaat te 's-Gravenhage, en N. Gonzalez Bos, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde en de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het bewezenverklaarde “aanwezig hebben” van 238 hennepplanten niet zonder meer kan worden afgeleid uit de bewijsvoering.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 11.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 juni 2023.