Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
13 juni 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag door tijdens een achtervolging in 2016 in Venlo opzettelijk in te rijden op een andere auto met twee inzittenden. Dit leidde tot een verkeersongeval waarbij een passagier lichamelijk letsel opliep door de schuld van de verdachte, die roekeloos had gehandeld in de zin van artikel 6 jo Pro. 175.2.b van de Wegenverkeerswet 1994.
De zaak werd behandeld door het gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat op 25 augustus 2022 een arrest wees. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De procureur-generaal kreeg de gelegenheid een advies uit te brengen.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kon slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Hiermee werd het arrest van het hof bekrachtigd en is de veroordeling van de verdachte in stand gebleven.
Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, en uitgesproken op 13 juni 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de veroordeling in stand blijft.