ECLI:NL:HR:2023:924
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen en boetes 2010-2014
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 september 2022, betreffende de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, boetebeschikkingen en heffingsrente voor de jaren 2010 tot en met 2014.
Eerder had de Hoge Raad bij arrest van 9 april 2021 de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling met inachtneming van dat arrest.
In het tweede cassatieberoep heeft de Hoge Raad de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat het niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of rechtseenheid volgens artikel 81 lid 1 RO Pro.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 16 juni 2023 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de belastingkamer.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.