Uitspraak
gevestigd te Amsterdam,
gevestigd te Amsterdam,
2.Uitgangspunten en feiten
peeringgenoemd). De Usenetproviders slaan zowel de door henzelf van hun eigen gebruikers ontvangen berichten op hun servers op, als de berichten die zij door synchronisatie van andere Usenetproviders ontvangen. De oudste berichten worden automatisch verwijderd om ruimte te maken voor nieuwe berichten. De periode dat berichten blijven opgeslagen, wordt de retentietijd genoemd. De retentietijd bedroeg bij NSE in mei 2011 400 dagen.
binariesgenoemd). Deze
binarieskunnen door een andere gebruiker worden verzameld en vervolgens softwarematig aan elkaar worden geplakt en gedecodeerd, om het oorspronkelijke binaire bestand te verkrijgen. De daarvoor benodigde software is gratis voorhanden op het internet. Deze software werd niet door NSE ontwikkeld, aangeboden of geleverd. Klanten van NSE waren bijvoorbeeld internetserviceproviders die de toegang tot het Usenet opnamen in het pakket van diensten dat de consument voor het reguliere internetabonnement kreeg, dan wel de door NSE verzorgde Usenetdienst als aanvullend product tegen bijbetaling aanboden. NSE deed niet rechtstreeks zaken met consumenten.
notice and takedown-procedure’ (NTD-procedure) ingevoerd. Op enig moment voor 24 mei 2011 heeft NSE ook een zogenoemde
Fast Track-procedure geïntroduceerd. Deze procedure geeft bepaalde partijen het recht om direct – zonder tussenkomst van NSE – onrechtmatige artikelen van de servers van NSE te verwijderen.
binariesbeperkt bevel om de inbreuk te staken en gestaakt te houden (zie rov. 3.2 en 3.2.3 van het eerste tussenarrest van het hof).
resellers), beschermd materiaal openbaar maakt (een mededeling aan het publiek doet) en voor zover zij de reproducties ter beschikking stelt aan andere Usenetproviders weliswaar geen mededeling aan het publiek doet, maar wel onrechtmatig handelt. Op deze grondslagen tezamen heeft de rechtbank het gevorderde bevel (zie hiervoor in 3.1 onder (2)) toegewezen.
mere conduit) en lid 4 (
hosting) BW.
mere conduit), aangezien deze dienst een louter technisch, automatisch en passief karakter had, zodat haar de bescherming van bedoelde bepaling toekomt. Daartoe overwoog het hof dat NSE niet het initiatief nam tot het doorgeven van de berichten, niet degene was die bepaalde aan wie de informatie uiteindelijk werd doorgegeven en evenmin de doorgegeven informatie selecteerde of wijzigde.
hosting) en voldeed aan de voorwaarden om voor bescherming onder die bepaling in aanmerking te komen. Volgens het hof had ook deze dienst een louter technisch, automatisch en passief karakter. Brein heeft niet aangevoerd dat NSE wetenschap had van specifieke activiteit of informatie met een onrechtmatig karakter, als bedoeld in art. 6:196c lid 4, onder a, BW. Nu de vordering tot vergoeding van schade niet meer aan de orde is, is niet van belang is of NSE redelijkerwijs behoorde te weten van die activiteit of informatie. Daarnaast voldeed NSE aan de in art. 6:196c lid 4, onder b, BW gestelde voorwaarde dat informatie prompt dient te worden verwijderd of de toegang daartoe onmogelijk dient te worden gemaakt zodra de dienstverlener weet of redelijkerwijs behoort te weten van de activiteit of informatie met een onrechtmatig karakter, nu zij een voldoende effectieve NTD-procedure hanteerde, aldus het hof. (rov. 3.4.6-3.4.11 eerste tussenarrest)
hosting).
hosting) heeft het HvJEU voor recht verklaard dat de activiteit van de exploitant van een videodeelplatform of een host- en deelplatform voor bestanden binnen de werkingssfeer van die bepaling valt, mits deze exploitant geen actieve rol speelt waardoor hij kennis heeft van of controle heeft over de op zijn platform geüploade content. Onderzocht moet dus worden of de exploitant een neutrale rol speelt, met andere woorden of hij louter technische, automatische en passieve handelingen verricht (punten 105-106).
weloverwogen, dat wil zeggen met volledige kennis van de gevolgen van zijn handelwijze, intervenieert om zijn klanten toegang te verlenen tot een beschermd werk (YouTube en Cyando, punten 68 en 78-83, met verwijzingen naar eerdere rechtspraak). Het hof heeft niet vastgesteld dat NSE een weloverwogen interventie in de hier bedoelde zin deed (zie ook hierna in 3.6.3). Hieruit volgt tevens dat van de in het onderdeel genoemde innerlijke tegenstrijdigheid geen sprake is.
binariesuit beschermd materiaal bestaat.
Fast Track-procedure had ingevoerd (rov. 3.4.9-3.4.11 eerste tussenarrest). In deze laatste vaststelling ligt besloten dat NSE naar het oordeel van het hof in de desbetreffende periode (tot aan 2011, toen zij haar activiteiten staakte) de technische maatregelen trof die van een normaal behoedzame marktdeelnemer in haar situatie konden worden verwacht om op geloofwaardige en doeltreffende wijze inbreuken op het auteursrecht op haar platform tegen te gaan. Daaraan doet niet af dat het hof, oordelend in de periode 2014-2016, in het kader van de beoordeling welk bevel kan worden opgelegd, verbetering van de NTD-procedure mogelijk en aanvullende maatregelen denkbaar heeft geacht voor het geval NSE haar diensten in de toekomst weer zou willen hervatten (zie ook hiervoor in 3.5.6).
weloverwogen, dat wil zeggen met volledige kennis van de gevolgen van haar handelwijze intervenieerde om haar gebruikers toegang te verlenen tot beschermd werk.
binariesvan beschermd materiaal dient te staken en gestaakt dient te houden (hierna: het stakingsbevel). Het hof heeft geoordeeld dat, nu NSE heeft gesteld alleen aan dit bevel te kunnen voldoen door alle ontvangen
binarieste filteren op de aanwezigheid van inbreukmakend materiaal en Brein dat niet (uitdrukkelijk) bestrijdt, het bevel in strijd is met art. 15 Richtlijn Pro inzake elektronische handel (rov. 3.6.4-3.6.7 eerste tussenarrest). Vervolgens heeft het hof onderzocht welke passende maatregelen op de voet van art. 6:196c lid 5 BW of art. 26d Aw wel aan NSE zouden kunnen worden opgelegd voor het geval zij haar activiteiten zou hervatten en Brein daarbij nog voldoende belang heeft. (rov. 3.7.1-3.7.4 en 3.7.8-3.7.9 eerste tussenarrest en rov. 2.3.1-2.7.1 tweede tussenarrest)
binariessubstantieel inbreukmakend zijn. Het hof heeft bewijslevering echter slechts zinvol geacht indien in de te bewijzen feiten aanleiding zou kunnen worden gevonden tot een verdergaand bevel dan reeds kan worden gegeven op de grond dat NSE tussenpersoon is wier diensten voor derden worden gebruikt voor het maken van inbreuken. Het hof heeft Brein in de gelegenheid gesteld zich daarover bij akte uit te laten en overwogen dat Brein in elk geval zal moeten ingaan op (a) wat – in concrete termen – het object van onderzoek zou moeten zijn, te meer daar NSE thans geen Usenetdiensten verleent, (b) op welke wijze rekening dient te worden gehouden met reeds aan NSE als tussenpersoon op te leggen maatregelen en (c) welke uitkomst tot welke conclusie dient te leiden. (rov. 3.8.5 eerste tussenarrest) Aan deze opdracht heeft Brein volgens het hof niet voldaan. De conclusie is dat de stellingen van Brein omtrent het onrechtmatig handelen van NSE niet kunnen bijdragen aan een verdergaande toewijzing van het gevorderde dan reeds op grond van art. 26d Aw mogelijk is, aldus het hof in rov. 2.8.3 van het tweede tussenarrest.
4.Beslissing
27 januari 2023.